Déjà vu

Door Freya Perdaens op 5 maart 2020, over deze onderwerpen: Jeugd, Welzijn
Droevige jongere

Ken je dat gevoel dat je iets herkent? Dat het je besluipt hoe je ergens het idee had dat je dat iets zelfs haast als ‘normaal’ beschouwde? Dat gevoel bekroop me gisteren, bij het bekijken van de Pano-reportage over de geheime Instagramgroepen.

Ik groeide op in een leefwereld zonder smartphones met apps. Het stoerste dat ik had, was mijn Nokia 3210. Dus op dat vlak al geen herkenning met wat zich gisteren in de reportage afspeelde. Maar jonge mensen die worstelen met zichzelf, hun plaats in hun omgeving, hoe daarmee om te gaan en dat op een al dan niet zelfdestructieve manier doen? Dat is geen nieuw gegeven.

Zou ik verder durven gaan en stellen dat elk van ons dit herkent? Misschien niet bij onszelf, dan kenden we minstens één iemand in onze omgeving waarvan we twijfelden of deze op een gezonde manier omging met het comfortabel raken in deze vlezige huls.

Geraakt, maar niet verrast

Was ik dus geschokt door het bestaan van deze jongeren? Door het feit dat ze zich verenigen op zoek naar iemand die hen begrijpt? Neen. Ik herinner me mijn 15-jarige zelf, die ervan overtuigd was dat de wereld en zij elkaar nooit zouden begrijpen. En dat sterkt mij in mijn geloof dat de ouders van jongeren die nú met deze zoektocht worstelen dit ook herkennen. Minstens van bij een leeftijdsgenootje toen ze zelf opgroeiden.

Dat is dus niet de drempel die maakt dat ouders het gesprek niet aangaan met hun kind. Maar als het al zo gemakkelijk was voor mijn generatie om de feiten te bedekken met armbandjes, lange mouwen en slobbertruien; hoeveel beter lukt het dan niet wanneer je gebruik maakt van die geheime groepen op sociale mediakanalen die voor de ouders vaak onontgonnen gebied zijn.

Elk z’n natuurlijke habitat

De problemen zijn van alle tijden, de kanalen waarop ze geventileerd kunnen worden zijn voor ouders en hulpverleners vaak onbekend. Instagram, TikTok, Snapchat en andere apps zijn niet de natuurlijke habitat van ouders en daardoor dus ook niet de eerste plaats om te gaan zoeken naar signalen.

Vergelijk het met het moment dat je zoekt naar jouw autosleutels. Je zoekt ze in de woonkamer, de keuken misschien, … maar je gaat ze niet op de slaapkamer van zoon- of dochterlief zoeken. Want dat is niet wat jouw hersenen zien als een logische plaats. En terecht, voor wat betreft jouw autosleutels. Maar wanneer het gaat over signalen over het gedrag van onze jongeren, moeten we durven erkennen dat er teveel blinde vlekken zijn.

Wanneer zelfs de blinde vlekken, blinde vlekken hebben

Jongeren geven aan dat ze, eens de juiste vragen gesteld worden, vaak wel willen uitweiden over wat in ze omgaat. Maar omdat we ons niet bewust zijn van wat hun natuurlijke habitat is, worden die juiste vragen niet eens gesteld. En laat net de stap ervoor de cruciaalste zijn.
Hoe haal je jezelf een gebied voor de geest zonder het te zien? Door een kaart te raadplegen.

En dat is wat we nodig hebben. We missen een kaart van de natuurlijke habitat van de jongere. We missen de navigatie door dat gebied.

Tijd voor meer mediawijzen

Mediawijsheid is terecht een van de vijf prioriteiten van het jeugdbeleid voor de komende 5 jaar. Maar laten we onszelf van de illusie ontdoen dat mediawijsheid een eiland is waarin we jongeren moeten scholen. Minstens even belangrijk is het mediawijs maken van ouders, leerkrachten en begeleiders. Van hen als het ware mediawijzen maken. Want het zijn zij die uiteindelijk de signalen zouden moeten kunnen lezen, oppikken en escaleren wanneer nodig.

Op 4 maart zond Pano de reportage uit. Volgende week, in de eerstvolgende commissie Jeugd en Media, kaart ik mijn oproep tot het mediawijs maken van ouders en begeleiders aan bij de minister.

Maar ben jij ouder of begeleider van een jongere? Wacht dan vooral niet op de volgende stap van een ander en ga alvast zelf het gesprek aan, praten helpt.

Hoe waardevol vond je dit artikel?

Geef hier je persoonlijke score in
De gemiddelde score is